Oranje jurkjes gezocht

Koninginnedag is in aantocht, de laatste Koninginnedag voorlopig! Een goed moment om een extra fabulous oranje outfit aan te schaffen en om helemaal los te gaan op oranje accessoires. Tijdens mijn zoektocht naar de ultieme oranje artikelen webshop, kwam ik een artikel teken op www.ad.nl waar werd gesteld dat oranje jurkjes dit jaar zeer populair zijn binnen webshops met oranje artikelen.

Hierdoor was ik benieuwd wat de zoektrends van de afgelopen jaren eigenlijk waren. Hieronder zie je een overzichtje voor de termen ‘oranje jurkje’, ‘oranje artikelen’, ‘oranje pruik’ en ‘oranje shirt’. Het valt mij vooral op dat ‘oranje jurkje’ piekt rondom Koninginnedag en het WK van 2010 en Koninginnedag en het EK in 2012. Verder blijft het oranje shirt veruit het populairst. Mocht je nog op zoek zijn naar een oranje shirt, dan kun je goed beginnen bij Oranjeshirtshop.nl. Verder zijn er dit jaar ook veel shirts te vinden die inhaken op de baarden-kwestie van onze nieuwe Koning (bijvoorbeeld een shirt met de tekst ‘Deze koning heeft wel een baard’) of shirts die iets met het koningslied te maken hebben (‘Niet weer het zelfde koningsliedje’). De makers van het alternatieve Koningslied ‘Je bent een Koning’, hebben zelfs ook een webshop met shirts.

zoektrends oranje artikelen

Zoektrends oranje artikelen

Terug naar de jurkjes. Misschien zijn alle dames in Nederland inmiddels helemaal fan van het oranje jurkje als de ultieme Koninginnedag look, na de afgelopen jaren met Bavaria jurkjes. Dat kan de  vraag naar de oranje jurkjes verklaren. Ik vroeg me eigenlijk ook al af waarom er niet elk jaar een Bavaria-jurk uitkomt: Bavaria blij in verband met de naamsbekendheid, dames blij want ze hebben er een leuk jurkje bij, heren blij in verband met de blote benen. Kom maar op met die jurk!

Welcome to the internets!

First day on the internet kid

Anonymous == Anoniem
Wat is nou eigenlijk het wereldbekende en befaamde ‘Anonymous’ ? Het wordt overal ter wereld gebruikt om een hackerscollectief mee aan te duiden, maar die mensen zitten er oh zo ver naast. De werkelijkheid is dat het woord Anonymous niets anders is als de letterlijke vertaling van het woord anoniem. Oftewel, een willekeurig persoon waarvan zijn of haar persoonsgegevens niet bekend van zijn. Niet meer en niet minder.

Het mooie van het verhaal, is dat iedereen nog steeds denkt dat de ‘groep’ anonymous dus een clubje anarchistische snotneuzen van tussen de 12 en 18 jaar zijn. Helaas, in principe is iedereen die op straat loopt ‘anonymous’. Anoniem dus. Daar komen dan ook de bekende Guy Fawkes maskers vandaan. Tenzij je gelooft in het “Big Brother is watching you”-verhaal. Als je bij deze statement achter je oren krabt, vraag je dan dit af: “Wie weet er meer over jou? Onze bureaucratisch logge overheid, of Facebook?”. “Ja daar gaat het niet om.” zeg je dan. Oh nee? Hoe denk je dat criminelen achter je identiteit komen? En hoe moeilijk is het denk je voor een overheid om een willekeurig iemand zijn of haar persoonsgegevens te achterhalen? Juist ja, vrij internet versus bureaucratie en regeltjes.

Mensen die zich ‘aansluiten’ bij anonymous zijn eigenlijk vóór de vrijheid van meningsuiting en tegen onderdrukking en censuur. Dat daar dan weer mensen tussen zitten die kwade bedoelingen hebben, is niet meer dan logisch. Je kunt het goedkeuren of afkeuren, maar het is dus niets anders als al die demonstraties van  in de jaren 60 en 70.Anonymous_at_Scientology_in_Los_Angeles

Lulzsec
Wat dan onder andere weer wel een groepering is, is het (ja die wel) hackerscollectief LulzSec (Lulz Security). Dit is een groep hackers, welke op de meest creatieve manieren gegevens van bedrijven weten te ontfutselen en door middel van zero-day hacks en reeds bekende zwakheden in software websites weten over te nemen. Helaas zijn veelal onschuldige mensen de dupe van de hacks van deze groep, omdat verkregen persoonsgegevens bekend worden gemaakt op het internet. Echter zit hier een gedachte achter. Immers doen deze mensen het om de aandacht te vestigen op beveiliging van software. Mensen verdienen grof geld aan commerciële software en als dan blijkt dat het gewoon slecht in elkaar zit, wordt dit door deze lui kwaadschiks aan het licht gebracht. We weten inmiddels allemaal wat er gebeurd als je ter goeder trouw een lek meldt aan een bedrijf/overheidsinstelling, toch meneer Krol?
LulzsecLogo

4chan
Goed, nu we dat misverstand uit de weg hebben, wil ik jullie graag vertellen wat jullie misschien hadden willen horen.
Ik geef een zeer korte introductie over de donkere kant van het internet.
Als voorbeeld neem ik even 4chan. 4chan is een soort forum waar mensen anoniem berichten kunnen plaatsen welke na een korte periode weer worden verwijderd.
Nog een aantal vergelijkbare sites zijn 9gag, reddit en tumblr. Ze hebben elk zo hun eigen community, gebruiken en historie.

Zo bleek het bericht op 4chan, van de nog niet gevonden (aldus de media) bedreiger die zijn leraar en zoveel mogelijk leerlingen wilde neerschieten. Het mooie van dit bericht was dat dit geplaatst was op een Zaterdag. Morgen zou hij naar school gaan om zijn daad uit te voeren. Echter zijn scholen dicht op Zondag. Oeps! (“fail troll is fail”). Natuurlijk moet de politie deze bedreiging serieus nemen, want wat als.. Er zijn ook vergelijkbare gebeurtenissen te noemen waar daadwerkelijk tot actie is overgegaan, daarom dus.

Op 4chan mag letterlijk alles geplaatst worden, behalve kinderporno. Als ik zeg letterlijk alles, dan bedoel ik dingen als de meest gruwelijke filmpjes van het doden van mensen, gelekte politiebeelden, you get the gist. Waarom willen mensen dit zien? Omdat het kan. Na jaren van internetgebruik raakt men ongevoelig voor dit soort dingen. Sommige mensen doen het gewoon om te choqueren, of anderen aan het lachen te maken. Het is niet allemaal dood en verderf natuurlijk. Er worden ook heel wat humoristische verhalen en plaatjes gedeeld en dus is er voor ieder wat wils te vinden op 4chan. Sommigen noemen het internetpesten, maar in de internetwereld wordt het “trollen” genoemd. Gewoon een of meerdere personen voor de gek houden op wat voor manier dan ook. Meestal is er dan ook geen intentie iemand persoonlijk pijn te doen, helaas is dat de keerzijde van de anonimiteit en vrijheid van het internet. Soms zijn mensen er gewoon op uit om ten koste van alles en iedereen de meeste “internetpunten” (faam) te verzamelen en dus zoveel mogelijk te choqueren met uitspraken en/of beelden en daarmee reacties uit te lokken.

Ik raadt mensen met een zwakke maag, een zwak hart, of weinig zelfvertrouwen ten zeerste af om (sommige delen van) 4chan ooit te bezoeken. Overigens bestaat deze site voor meer als de helft uit NSFW (Not Safe For Work) berichten, plaatjes en filmpjes. Geenstijl is hier een heel erg zielig slap aftreksel bij.8kcMmZS

Tor
Er zijn echter plekken welke nog veel donkerder zijn op het internet. Deze kun je veelal vinden via het Tor netwerk. Deze websites hebben meestal de URL extensie .onion en zijn dus alleen via het Tor proxy netwerk te vinden. Deze plek op het internet wordt ook wel “darknet” genoemd. Het wordt onder andere ook gebruikt door de koreaanse en iranese bevolking om de overheidscensuur te omzeilen. Ik zal verder niet dieper in gaan op wat er op het darknet te vinden valt. Laten we zeggen dat daar alles te vinden is wat op 4chan te vinden is en dan nog veel meer.

200px-Tor-logo-2011-flat.svg_

Tja het klinkt allemaal erg negatief zo, maar dat is de donkere kant van het internet nou eenmaal. Als je dacht dat mensen normaal zijn en dat er eigenlijk maar weinig gekken rondlopen op deze aardbol, heb je het aardig mis. Zodra mensen zich anoniem achter hun met internet verbonden rekenbeest bevinden, komen de meest wilde personages naar voren.

Toch is het niet allemaal zo somber en gestoord. Er zijn ook honderd duizenden geweldige bronnen te vinden op het internet voor informatie, steun, entertainment en discussie.

Hoe weet ik van het bestaan van al deze plaatsen vraag je? Daar kan ik helaas geen correct antwoord op leveren. Het zal een combinatie van nieuwsgierigheid en naïviteit zijn.
Immers vroeg ik mijzelf toen ik 11 jaar oud was af, op welke knop ik moest drukken om iemand te hacken.

Discussie
Waar ik heen wil met mijn verhaal is het volgende. Ik besprak het eigenlijk nu net tijdens de lunch met mijn collega’s. Ethiek. Wat is ethisch verantwoord en wat niet? Er rest een groot taboe op het tonen van lijken, bloed, aandoeningen en wat niet al. Waar trekken we de grens bij het tonen van gruwelijke beelden?

Tot voor kort was het een rariteit om dode mensen op het nieuws te zien. Daar waren een aantal zeer schokkende websites voor te vinden. Nu zien we best vaak dode mensen op onze TV schermen voorbij komen (no pun intended) tijdens het avondnieuws en in onze dagelijkse kranten. Waarom vraag je je af? Simpel, omdat men het wil zien!

De maatschappij stevent af op een wereld waar alles getoond mag en gaat worden. De dingen die nu alleen via het “donkere” internet te vinden zijn, zullen over een paar jaar in de krant te vinden zijn. Waarom? Omdat men het wil zien!

Hypothese: “Over een paar jaar zien de straten er net zo uit als de community van 4chan.”

Discussie graag!

365 dagen projecten: inspirerend, creatief en doorzetten!

Soms is het tijd voor verandering, nieuwe inspiratie, een andere weg of gewoon iets geks. 365-dagen-projecten zie je dan ook veel voorbij komen momenteel. Een 365-dagen-project is een project waarbij je iedere dag, gedurende een jaar, een soort mini-projectje doet. Bijvoorbeeld een foto maken van een bepaald onderwerp, een nieuwe yoga-oefening doen of een autootje knutselen van allerhande materiaal. ‘Elke dag een draadje, is een hemdsmouw in een jaar.’ Veel mensen die een 365-dagen-project doen, doen hiervan verslag op een blog. Zo is het ook leuk voor de omgeving om mee te lezen en bovendien stimuleert het om door te gaan met je project. 

Onlangs zag ik een dvd over zo’n project: Julie & Julia. Een hele leuke film over een meisje (Julie) dat besluit iedere dag een recept uit het beroemde kookboek van Julia Child te gaan koken en hier een blog over bij te houden. Dit leidt tot beslist verbeterde kookkunsten, maar ook tot frustratie en mislukte creaties. Toch houdt ze vol en blijft ze bloggen over haar ervaringen.

Een andere leuke blog vond ik ‘Elke dag een eitje’ van Anouck van Manen, die zo haar creatieve ei kwijt kan. Niet echt uit te leggen in tekst, dus kijk vooral zelf! Dat een 365-dagen-project niet enorm veel tijd hoeft te kosten, blijkt uit de blog van Eric. Hij plaatst dagelijks een foto van bijzondere plaatsen waar hij langskomt door zijn werk als accountmanager. Een project wat zo succesvol was dat het de 365 dagen overschreed, is het  365faces-project waarbij er elke dag een nieuw gezicht is geknutseld. Iedere dag iets maken stimuleert beslist de creativiteit! Dat je ook van opruimen een creatieve bezigheid kunt maken, bewijst Marja op haar opruimen-blog. Iedere dag ruimt ze iets op! Tot slot nog een geheel andere blog: de zoektocht van Ellen naar haar 365 naamgenoten. Elke dag stelt ze een andere Ellen voor op haar blog: vrouwen die ze heeft ontmoet of heeft benaderd voor haar blog.

Een 365-dagen-project kan dus uit heel veel verschillende dingen bestaan. Het voornaamste doel is dat je creatief bezig bent, doorzet en er lol in hebt.

 

Take some web and add a lot of app

Web is the network, App the experience

Andrew Betts, co-founder and director of FT Labs blogs on 17 June 2012 “What exactly is an app?“
Betts and the London based FT Labs team are clearly an authority on webapps. After a start in 2003 as application developer Assanka, they and their dog Shadow were acquired by the Financial Times in January 2012 who is now 100% owner .
The FT would rather not have Apple take a 30 percent cut of in-app subscriptions for its iOS publications, and launched in june 2011 a HTML5 webapp that enables readers to access content across tablets and smartphones.

Betts explains in his post that web developers had already been building apps for years given the fact that app is short for application. But he rightfully points out that it is not the technical thing that results in something we now call an app. It is the user experience. The apps that Apple introduced on iPhone were simply so much easier to use than anything digital known before. As a result Apple became very possesive of the word app. Wonder why.

In the past few days I have discussed the problem ‘What exactly is an app?’ with several people in our Kruit team and developers at Dynamit, putting the question slightly different: ‘Since a webapp is a website, to what requirements should a webapp meet in order to distinguish it from a website?’ We concluded that it might boil down to the touch element being the one and only thing we agreed on.

As an expert Betts made in june 2012 a five item list pinpointing a webapp as:
- Perfectly filling the screen
- An interface designed for touch
- No ‘browser-like elements or page loading behavior
- Gesture interaction
- An icon on the homescreen

Fair enough. But I had second thoughts. The first point started to appear dubious using IE10 on Windows8. And the last one too. From the moment that I discovered this feasability, it seemed only logical that any website should offer the option to have an icon on the homescreen. I’m not a dogmatist so I see links on the homescreen as an improvement of the more hidden bookmarks-feature. Let users decide where to place their website bookmarks. And as web designer make sure that a bookmark delivers a nice icon!

Resize of Re-exposure of P1060351 (geknipt)

 Using IE10 on Windows8 there is no browser visible after touching the screen. This 'normal' website is - in vertial position - perfectly fitting the screen. The width is fixed, therefore showing some extra backgroud left and right in horizontal position.

Using IE10 on Windows8 there is no browser-like element visible after touching the screen. This ‘normal’ website is – in vertical position – also perfectly filling the screen. The width is fixed, therefore in horizontal position some extra backgroud left and right is showing. In other words, IE10 takes care of one-an-a-half item on Bett’s checklist. The other half is ‘page loading behaviour’, which in this case is business as usual.

 

Let me illustrate these doubts with two examples. We recently completed www.nndecafe.nl which is ‘just’ a responsive website. Is it against the rules to provide this homescreen icon on a smartphone?

Why not allow for nice icons on the home screen of a smart phone, in addition to the 'standard' way to bookmark on the left?

Why not allow for nice icons on the home screen of a smart phone, in addition to the ‘standard’ way to bookmark on the left? The 14 icons at the top on the right are all bookmarked websites, though not all were specifically designed to perform as an icon. Notice this blog’s Tekst123 in the top row has no icon facility, so the iPhone simply provides a screen shot button. Many are not fimiliar with this smartphone feature, but when webapps become more commonly known, its use will surely increase.

 

Or consider our last year responsified (no home icon yet, I’ll take care of it next week) www.echtscheidingswinkel.nl at first on the web and then on a smartphone. Notice that we redesigned the responsive version of a ‘normal’ website for smartphone, limiting and reorganising the content of the home screen and make it look and feel more like an app than a website. Dogmatically speaking wrong? I hope not and pray the Spanish Inquisiton will agree on this treatment of simple responsive web design.

PC view of the website Echtscheidingswinkel.nl. The fact that the home screen is made to fit 1024 x 768 is mainly a matter of editorial constraint.

PC and horizontal tablet view of the website Echtscheidingswinkel.nl. Unify those two views by editorial constraint and the result is a IE10, Windows8 tablet-view, value-for-money solution that the browser scales to the edges, both horziontally and vertically. Other browsers won’t fit the vertical view automatically, but you can zoom by pinching.

On the left the Apple app which prominently  features the calculation tools. To the right the responsive view on iPhone. The content is limited to the search box at the bottom, which leads to results at the right, using in this example the word house. Evetrything in this smartphone view is different from the website view, not only in design but also in content approach.

On the left the native Apple app which prominently features the calculation tools. On the right the responsive view on iPhone. The vast amount of content is now only available through the search box at the bottom. This leads to results at the right, using the word ‘house’ in this example. Everything in smartphone view is different from website view, not only in design but also in content approach. Yet it is all delivered by the same website. Obviously when visiting the site on a smartphone, the phone button will start a  telephone call straight away. We call this ‘responsive design’. The next step up could take it to a webapp for which the checklist is helpful.

 

Now I come tot think of it, the five tips Andrew Betts provides could perfectly refer to a ‘well-designed responsive website’. Why would such a well-designed site in its views ‘smartphone’ and ‘tablet’ not allow swiping? And even more so: Why would a website not allow swiping? For smartphones and tablets the vertical swipe has become the standard without any question or additional technique, something most people call scrolling. So why not simply add the horizontal swipe and aim for a new standard in web design?

Since 2005 I use a tablet laptop, touchscreen and writable with a pen. But not until 2012 Windows8 delivered the touch-and-swipe as the new standard to be. A trial version of Windows8 that I installed in June 2012 alongside Windows7 on my Fujitsu tablet laptop worked fine instantly. The official launch was not before October, and only at Christmas 2012 I could treat myself to one of the first ‘official’ Windows8 tablets. I chose the Acer Iconia pictured above.
This is a movement which is going to lead us to the next step. The one after the iPad which – no doubt – showed the way to go. Apple has done that trick before when over 30 years ago introducing screen icons and a pointer device AKA mouse. But so has Microsoft some 20 years ago, adopting the innovation and upgrading it to ‘the standard’.

Summing up, what are we talking about? Touch and swipe have been possible for years, but are only now slowly catching up for general computing in Windows8. Soon only the elderly will remember the time that PC and the internet were ever without touch. Do you still remember? Music from one speaker only, which they later started calling ‘mono’. Two ears? So two speakers! As most of us have ten fingers it is easy to see that there still is a lot to look after out there.

My thesis is: Responsive Design comes from the left, WebApps come from the right, Touch-and-Swipe comes high in from tablets and smartphones, and bottom up recently Windows8 arrived. In short, all the ingredients converge and reunite in a field of universally applicable content. The 57 varieties of Heinz native apps are slowly becoming outdated and will settle on the edges of the field. Even quicker so if any of the hardware companies would decide to make life difficult for webapps. I mention no names, all I can see is that Windows is making an effort to play in midfield, in spite of yet another ‘interestingly divergent’ new version of IE. Let’s wait and see what the others will do.

To settle for the final question: What word shall we use to address this central playing field? Is it something with web? Is it something with app? Indeed, it has been and will remain the game of the webapp. And in short, a web app is not only a website but also an app!
So in fact all is app!
AllApp!
Whatever!
Web…
….

Eh…. still there?
- yes
Forgot something yesterday…
- mmm?
I remembered something I shoud have mentioned…
- what?
The fact that a webapp can show content offline too.
- kidding…
No, true!
- get off, it’s april fools’ day.
Right, but I’m serious. The FT app proves it can de done.
- mmm, leave me alone… do you know what time it is?
Yes summer time, the clock is one hour ahead.
- aaagghhrrr, get offline yourself!
Eh..sorry

Zoekmachineoptimalisatie saai?

Soms vragen mensen zich af of de hele dag met SEO, SEA en webstrategie bezig zijn, niet saai is. Nou, nee! In de wereld van zoekmachineoptimalisatie, online adverteren en nieuwe slimme strategieën verzinnen voor klanten, volgen de ontwikkelingen elkaar razendsnel op. De ene dag zijn er ineens allemaal nieuwe mogelijkheden en opties in Google Adwords, de andere dag besluiten mensen massaal over te stappen naar een nieuw social media kanaal, en dan hebben we de verscheidenheid aan klanten nog niet eens besproken.

Lees verder

Wat gaat Franciscus zeggen?

Deze blog komt van Harry Bijl, eigenaar van Harry Bijl Communicatie

31 maart. Eerste paasdag. Na het opdragen van de mis,  verschijnt paus Franciscus op het balkon van de Sint Pieter voor de zegen voor de stad en de wereld (urbi et orbi). Zal hij dan net als zijn voorgangers in het Nederlands bedanken voor de bloemen? Zet de nieuwe paus dit uiterste effectieve stukje Holland-promotie voort?

In 2007 was ik namens het Bloemenbureau Holland betrokken bij de voorbereidingen en mocht ik de bloemisten (fioristi hollandese) vergezellen bij de opbouw van bloemversieringen op het Sint Pietersplein. Met mij zijn er velen die benieuwd zijn of de nieuwe paus die traditie voortzet. Het zou dit jaar de 28e keer dat op het Sint-Pietersplein de meest grootschalige Holland-promotie plaatsvindt die bestaat. De paasmis vanaf het Sint-Pietersplein wordt in tientallen landen live uitgezonden en bereikt circa 400 miljoen mensen. Het ‘Bedankt voor die bloemen’ – dat paus Benedictus XVI overigens nooit letterlijk zo heeft uitgesproken -  is een gevleugelde uitdrukking. Maar er is meer dan die ene zin in het ‘urbi et orbi’. De Hollandse bloemenhulde krijgt elk jaar volop aandacht in de live-verslagen van televisiezenders van over de hele wereld. De tientallen journalisten die vanaf de zuilengalerij langs het plein de paasmis verslaan, hebben allemaal hetzelfde probleem: het grootste deel van de tijd is er niet zo veel te melden. Een uitgebreide omschrijving van de bomen, struiken en bloemen die de Nederlanders hebben meegebracht, brengt uitkomst. Bloemenbureau Holland voorziet hen van uitgebreide documentatie over soorten, kleuren, symboliek en de nauwgezette voorbereiding van de bloemisten. Overigens op een verder hagelwit papiertje zonder zelfs maar een afzender, want elke schijn van commercieel belang kan de traditie in gevaar brengen. En zo komt het verhaal van de witte en gele bloemen die symbool staan voor het pauselijk zilver en goud,  tot in de huiskamers van Togo, Paraguay en de Vanuatu Eilanden. De Nederlandse sierteeltsector draagt de kosten voor de bloemenhulde; een investering in ‘Nederland Bloemenland’ met een onbecijferbaar rendement.

CRW_1414

De versieringen op het Sint Pieterplein zijn zeker zo belangrijk voor het bloemenimago van Nederland als bijvoorbeeld de Keukenhof. In eigen land wordt de belangstelling vaak door trots gevoed. Toen ik in 2007 bij de voorbereidingen betrokken was, heb ik voorgesteld om ook in eigen land wat meer aandacht te vragen voor de bloemenhulde. Zo kwamen we erop toenmalig aartsbisschop Simonis te vragen de bloemen voor vertrek te zegenen. Dat leverde een ‘fotomomentje’ op voor het bisschoppelijk paleis aan de Maliebaan in Utrecht met zes camerateams, onder andere van het NOS Journaal en het RTL Journaal en ruim twintig fotografen van allerhande dag- en vakbladen. Een klein geregisseerd moment van Hollands Glorie met een forse impact op de thuismarkt.

Harry Bijl

(onafhankelijk communicatie-adviseur)

CRW_1439

Dubben over namen

Een naam bedenken voor een nieuw, Nederlands ‘dagblad-online’

In een vorige post schreef ik op 18 februari naar aanleiding van het boekje ‘de Nieuwsfabriek’ van Rob Wijnberg over diens plannen voor een nieuw initiatief in het Nederlands journalistiek landschap. Er zijn onlangs nog twee waarschijnlijk vergelijkbare initiatieven gelanceerd ben ik achter gekomen, wat me over de streep trok om een vervolgstap in dit domein te zetten.
Deze stap gaat over de namen der dingen, want Wijnberg heeft ons daarover nog in het ongewisse gelaten. Misschien is het strategie zoals Steve Jobs tot de dag van de lancering de naam van de iPad geheim heeft weten te houden, en dat zou best een groot voorbeeld kunnen zijn. Maar misschien ook niet en stond dit als een apart onderwerp onderaan op de prioriteitenlijst, wat in de praktijk helemaal niet vreemd is als je daarboven eerst het publiceren van een boek had staan, met jawel, ook al een naam op het omslag.

Met deze leemte voel ik me vrij om over dit onderwerp te filosoferen en op zaterdagochtend in een stil huis, met echtgenote nog niet wakker en jongste dochter nog maar net binnen en op bed, er even voor te gaan zitten.
Al weet ik dat het kiezen van een naam iets erg persoonlijks is, iets dat iedereen eigenlijk zelf in een flits kan doen en iets dat in de toekomst heel bepalend is, maar tegelijkertijd ook heel onbelangrijk.
Wij hebben het een paar keer gedaan met kinderen. Maar ik kom het ook regelmatig tegen met allerlei creatieve concepten, processen, resultaten en ja zelfs start-ups.
Wat blijkt: in no time is het bijzondere van de bijzondere naam eraf. Als de knoop is doorgehakt ga je over tot de orde van de dag en begint er een nieuw hoofdstuk. Dat wat ze noemen het ‘laden’ van de naam. Inhoud geven aan het karakter dat vanaf dag één de kwaliteit en het imago gaat bepalen en daarmee rol van de mooie fantasie en overwegingen direct overneemt.
Dat proces begint meteen al bij introductie, met de vergelijking van het nieuwe met het bekende: “Wat een lief baby’tje, oh ze lijkt sprekend op die-en-die”. Of als het om een ding gaat: “Goed initiatief, het lijkt op dit-en-dat maar dan gezien vanaf de andere kant en meer van deze tijd…..”

Toch zijn er in de productontwikkeling goede redenen om niet alleen de emotionele kant van een naam te belichten maar ook de technische. Die kant heeft met kosten te maken. Juridische kosten en in het uiterste geval zelfs desinvestering als je niet goed oplet en te dicht bij andere, vergelijkbare initiatieven blijkt te zijn uitgekomen. Je moet voldoende onderscheidend, dus origineel zijn. Er is nog een tweede reden die kostentechnisch vraagt om originaliteit en dat is de domeinnamenkwestie op internet, maar daar kom ik later op.
En dan zijn er, alweer technisch gesproken goede redenen om juist een naam te kiezen die voor het beoogde publiek goed aansluit op verwachtingen. Iets waarvan je snel doorhebt waar het over gaat en nog belangrijker, dat na de eerste impact makkelijk aan het geheugen blijft plakken, een zekere logica heeft en misschien juist ergens wel bekend klinkt. Ga er maar aan staan, tegenstrijdige eisen waar je overigens als ontwerper regelmatig mee te maken hebt.

Laten we beginnen met te kijken naar de inhoud, naar het speelveld van conculegas die iets min of meer vergelijkbaars leveren. Wie lopen er in dat speelveld rond en welke wedstrijd speelt zich daar af?

Als we naar de landelijke kranten in Nederland kijken zien we globaal twee groepen.
De grootste groep is het oudst en het duurst. De oprichting van kranten in die groep begon al helemaal terug in het begin van de 19e eeuw en eindigt wat mij betreft halverwege de 20ste eeuw rond de Tweede Wereldoorlog.
Algemeen Handelsblad (1828), Nieuwe Rotterdamse Courant (1843),

Het Vaderland (1869), De Telegraaf (1893), De Volkskrant (1919), De Waarheid (1940), Het Parool (1941), Trouw (1943), De Stem (1944), Het Vrije Volk (1945), Algemeen Dagblad (1946). De landelijke fusiekrant NRC-Handelsblad, nu kortweg NRC stamt uit 1970 maar bracht dus geen nieuwe naam.

Landelijke dagbladen

Namen in de regionale pers.

Als tweede veel recentere groep zie ik de gratis dagbladen. Metro, Spits, De Pers en DAG, waarvan de laatste twee alweer verdwenen zijn.
Metro (21 juni 1999), Sp!ts (21 juni 1999), De Pers (23 januari 2007), DAG (8 mei 2007). Met Gratis deed in deze groep van vier alleen De Pers iets aardigs: ‘Gratis maar niet goedkoop’

03-gratis_kranten_1WFR

Toevallig of niet, maar rond de komst van Metro en Spits in 1999 werd gratis om nog een andere reden een kernbegrip rond nieuwsvoorziening. Het internet was enkele jaren daarvoor geïntroduceerd en elke organisatie opende zelf een website om zich daarmee op het web te kunnen profileren. Voor overheden was het een makkelijke manier om gratis informatie te verspreiden en voor bedrijven was het aanvankelijk een extra manier om zich te profileren, dus betaald uit het reclamebudget. Maar voor uitgevers lag het anders en zeker voor nieuwsuitgevers. Die wisten heel goed wat er nodig is om professioneel te kunnen publiceren, maar ze konden hun waardevolle inhoud niet zomaar online zetten. Abonnementen voor online nieuws bleken niet verkoopbaar, terwijl aan de andere kant op hetzelfde moment succesvolle gratis bloggers aan de poten begonnen te zagen onder de gevestigde, betaalde uitgeverij.
Indertijd leek het allemaal niet zo’n vaart te lopen, maar als je er op terugkijkt dan zie je de grote lijn van de beweging duidelijk. Een beweging waar we overigens nog midden in zitten en het laatste woord nog lang niet over gesproken is. Velen zien die grote lijn ook wel, maar hebben nog geen idee welke haltes er onderweg zijn en waar ze precies in- of uit kunnen of moeten stappen.

Dat blijkt uit weer een nieuwe golf van journalistieke initiatieven die er nu om het nieuwslandschap heen kabbelen. Er zijn nog geen alarmen afgegaan dat de dijken van de gevestigde orde dit jaar gaan doorbreken. Maar op metaniveau is de storm al een tijd geleden opgestoken en is er permanente dijkbewaking ingesteld. Social Media bijvoorbeeld, een nieuw fenomeen dat de laatste vijf jaar opkwam bedreigt vanuit een andere niet-professionele hoek de gevestigde nieuwsuitgeverij. Al was het alleen maar vanwege de enorme zuigkracht om aandacht die deze voorzieningen uitoefenen op de hersens. Je kan je tijd maar één keer gebruiken, dus in het openbaar vervoer bijvoorbeeld kijk je nu in je smartphone of tablet en nauwelijks in de al of niet toevallig aanwezige gratis krant.

De nieuwe initiatieven zijn dan ook 100% internetgeoriënteerd. Kleinschalig, met nieuwe spelers die zelf de nieuwe spelregels proberen te maken. Op het eerste gezicht geen partij voor de gevestigde orde. Toch zijn er in de afgelopen decennia al vaker misrekeningen gemaakt en heeft de waterloop van de geschiedenis zelf zijn soms onverwachte weg gekozen.
Het gaat om De Nieuwe Pers www.dnpblog.nl The Post Online www.thepostonline.nl en binnenkort de geheimzinnige derde waarover al de nodige buzz is gefabriceerd, ‘Iets nog zonder naam’ uit het boek De Nieuwsfabriek. Dat was voor mij de aanleiding om met dit stukje eens filosoferen over zo’n nieuwe naam.

Links de twee nieuwe online-initiatieven. Rechts het al jaren succesvolle NU.nl voor de nieuwsjunk een verbeterde vorm van Teletekst.

Twee succesvolle blogs die hun bestaansrecht ook al jaren bewezen hebben.

Waarom is een naam eigenlijk belangrijk? Kijk eens naar het eerste rijtje van kampioenen uit het verleden en kijk naar hun stuk voor stuk weinig gecompliceerde namen. Er zit weinig gezwatel bij, om met Hofland vandaag in de krant te spreken. Je probeert als journalist de Waarheid te brengen, gericht op Volk en Vaderland. Dat doe je met je Stem, of met hulp van een Bode, Koerier, een Telegraaf, Courant of Dagblad. En dat doe je voor een doelgroep zoals de Handel, voor in de Metro of in de Spits. En als je de plaatsnaam er ook nog bij betrekt dan heb je het zo ongeveer allemaal gehad. In andere landen is dat niet heel veel anders. De Frankfurter Allgemeine, The Guardian, The New York Times, The Washington Post, Le Monde, El Pais en om de hoek de Gazet van Antwerpen, wat gewoon ‘krant’ blijkt te betekenen.

Kranten zien er over de hele wereld hetzelfde uit en gebruiken allemaal vergelijkbare naam- en merkformules.

Maar ook moderne internet-initiatieven klinken vaak verbazingwekkend gewoon. Misschien wel terecht. Facebook is immers ook gewoon ‘Smoelenboek’, Twitteren is ‘kwetteren’, Om te schrijven heb je Word nodig, ofwel ‘Woord’ vroeger zelfs Word Perfect, inderdaad ‘het perfecte woord’. Internetnaampjes als Spotify (muziek), Skype (bellen), Shazam (muziek herkennen), Layar (informatielaag), Hyves (community), Flickr (foto’s), YouTube (filmpjes), waarin een bestaand woord vaak een associatie- of spellingstwist krijgt, hebben ook een praktische reden. Op internet heb je namelijk een echt unieke naam nodig. In de koopjeskelder variëren prijzen van Eur 100,– voor Golfbrillen.nl tot EUR 2.000,– voor Kijkhiereens.nl. Zakmes.net is wel grappig, maar het is geen .nl domein en je moet er toch nog Eur 500,– voor neertellen.
En omdat dus elk denkbaar normaal woord al verkocht is en de koers van zo’n naam kan oplopen tot honderden, duizenden, ja tienduizenden Euro’s, kiezen startups meestal voor een vrij woord dat kan worden ingekocht voor de nominale waarde, ofwel een paar Euro. Zo’n naam ziet er dus soms wat vreemd, grappig en beslist uniek uit, en is door er het geld niet voor uit te geven het eerst verdiend.

Succevolle internetondernemingen met simpele namen, in het Nederlands zelfs suf klinkend, als Smoelenboek en Gekwetter.

07 Spotify, Skype, Shazam, Layar

08 YouTube, Hyves, Flickr

Internetsuccessen met nieuw gefabriceerde namen, van boven naar beneden: Spotify, Skype, Shazam, Layar, YouTube, Hyves, Flickr.

Bij het kiezen van een nieuwe naam voor het internetdagblad van Rob Wijnberg, die in zijn boek ‘de Nieuwsfabriek’ een outline geeft van zijn visie en intenties, lijkt het mij dan ook de kunst om toch iets gewoons te kiezen. Newsy, Opinios, Twoeter, Onlynio, en NiwsFabriq zijn allemaal grappig, maar dat is niet wat Wijnberg c.s. gaat brengen en zich mee gaat associëren. Terecht, want er wordt gemikt op de ervaren krantenlezer die een stevige, hartige hap kan waarderen en juist niet voor de prietpraat, de lifestyle of de 140 tekens gaat. Dat moet ook de groep zijn die bereid is om voor zulke kost met richting en kwaliteit te betalen. En misschien wel aanvullend aan te haken, of wat zeg ik, misschien wel helemaal over te stappen. Het gaat om mensen zoals ik die het normaal vinden om te betalen want dat is essentieel in het model dat gelanceerd gaat worden. Geld uit de markt via reclame werd voor dit initiatief taboe verklaard.

Nee, de naam moet redelijk normaal en geloofwaardig toegankelijk zijn. Dat het per ongeluk toch ineens DeNieuwsfabriek gaat worden, op 21 maart 2012 geregistreerd door Janneke van Beusekom die werkt bij het NoordHollands Dagblad, zie ik ook niet zo snel gebeuren. Of er moet daar ineens een onverwachte relatie liggen. Kortweg Nieuwsfabriek.nl is al op 24 maart 2007 ingekocht door Freestatepublishers, is vast te koop en mag nu een flink, niet nader te noemen bedrag opbrengen. Laat die dus ook maar zitten. Ook al omdat Wijnberg het fabrieksmatige, gefabriceerde juist als de negatieve kant van de nieuwsindustrie belicht.

Het maakproces vind ik persoonlijk niet negatief, eerder knap. Maar inderdaad, werken in een fabriek veronderstelt niet de vrijheden die een journalist zoekt, op jacht naar prooi, rondzwervend over de verschillende terreinen die de maatschappij te bieden heeft. De fabriek is de verwerkende industrie nadat de journalist is teruggekeerd met buit uit de jachtdomeinen.

10 Jachtdomein

Journalistiek als werk in een fabriek of vrij in het jachtdomein? Zeker, beeld doet ook wat!

Nou laat die naam maar komen. Ik zie al iets voorbij vliegen. Ja hoor, daar komtie aan.
Het is geworrrrden… Hétttt… NNNNieuwsdomein!!!  Taddaa!  (hallo, zonder al die extra letters natuurlijk)

Simpel. Moet ik nog wat toelichten, of spreekt het in aansluiting op het voorgaande al voor zichzelf? Het gaat om nieuws. Maar het gaat om meer dan alleen nieuws. Een domeinnaam is ‘internet’. Het is niet-Engels, Hofland moet er z’n zegen over kunnen geven, want geen gezwatel. Het zijn geen associaties met vroeger, papier, post of koerier. Iets is niet ‘in de krant’, iets is vandaag in ‘het Nieuwsdomein’. In dat domein gebeurt er van alles, niet alleen het nieuws op de voorgrond, maar ook dat wat zich nog verborgen in de achtergrond afspeelt. Het gaat over het publieke domein, het gaat over het privé domein. En een aardig weetje uit Wikipedia: In de biologie is het domein de hoogste rang, het hoogste taxonomische niveau. In andere talen wordt ook wel een synoniem voor domein gebruikt: imperium.
OK, Het Nieuwsimperium zou ook kunnen. Keizerlijk on-Nederlands en brutaal ambitieus. Dan moet ik toch meer aan een Murdoch of Berlusconi denken en of dat het juiste gevoel is?

En het nieuws van mijn post hier is: Nieuwsdomein.nl is nog vrij, althans tot vandaag. Nu door mij maar gekocht voor 1 Euro en wat mij betreft gratis over te dragen als bijdrage aan een nieuwe onderneming.
Al gaf ik eerder aan niet te verwachten dat er behoefte aan zo’n overdracht is. Er is allang iets bedacht en er is nog zoveel mogelijk ontdekte ik zaterdagochtend. De Zwatelpèl heb ik maar laten liggen voor Hofland. Maar hey, iedereen is welkom. Iedereen met serieuze plannen voor iets nieuws in dat grote nieuwe nieuwsdomein mag ‘m hebben. Radio, televisie, joeneem it. Alles is internet tegenwoordig!

20130302 NRC.nl – Het nieuwe zwatelen (S. Montag)

Zelfzittende DesignArt stoelen vertonen in volle bus onbeleefd gedrag

Kans op bestand in de taalstrijd tussen Vormgeving en Design (deel 2)

Op 14 februari signaleerde ik wat collegiale wrijving. Maar ik meende dat het onbegrip was terug te voeren op taalgebruik.
Mijn gevoel blijkt nu te kloppen vind ik zelf. Twee weken later, op 26 februari lees ik in de NRC een leuk interview met eveneens aan de Design Academy in Eindhoven opgeleide Lucas Maassen. Hij is in 2003 afgestudeerd en sinds 2006 anderhalve dag docent aan de kunstacademie in Tilburg. Hij moet wel geld verdienen vertelt hij, dus is hij in de overige tijd druk bezig om zijn zelfzittende stoelen en verfprojecten aan galeries te slijten. Inderdaad, Galerie = Kunst. Zelf is hij niet erg geïnteresseerd in de overgang van vormgeving naar kunst. Hij meent geen ‘klassieke vormgever’ te zijn maar wel vanuit de wetten van vormgeving te werken. Zijn werk is volgens hem: ‘interessant als vormgeving, maar als het kunst zou zijn was het slechte kunst. Te weinig filosofisch, te weinig persoonlijk’.

De familie Stoel, Lucas Maassen

Yoga meubilair, Lucas Maassen

De redacteur Brigit Kooijman gebruikt in het artikel consequent ‘vormgeving’ en vermijdt ‘design’. Dat komt in het vage grensgebied met kunst natuurlijk over en is daarmee het perfecte antwoord dat de strijd moet kunnen beslechten. Vormgeving en Kunst blijken partners. Design en Kunst niet. Design en Art weer wel. Logisch eigenlijk.

Maar als je persé toch Design zou willen gebruiken voor vormgeving als kunst ter onderscheiding van design als industrieel ontwerpen, om daarmee dus het artistieke broertje van de Delftse ir. Industrial Design aan te duiden, wat dan?
Ik zou zeggen, gebruik dan Art Design of Design Art. Dutch Design en Droog Design waren al eerder gesignaleerd en geregistreerd en zijn weliswaar verwant maar toch wel hele specifieke kerkgenootschappen. Zo kreeg Droog Design de naam “droog” omdat het werk betrof waarin het concept belangrijker was dan de vormgeving en deze producten veelal op nuchtere wijze waren vormgegeven. Ja, het concept zelfs belangrijker dan de vormgeving. Hoe non-visueel abstract kan je het maken?
Daarom is Art Design wat algemener, ongevormder, kan nog alle kanten op, meer rechtstreeks afkomstig van de Academy of Fine Arts. De kunstacademie zal ik maar zeggen.

Grappig is dat in de praktijk de combinatie eigenlijk al vaak voorkomt maar dan altijd gekoppeld met ´en´ als in Art & Design. Het gaat in dat geval (in het Engels) dan ook om twee verschillende dingen hadden we ontdekt.
Maar het is puurder, meer arty, meer design, meer autonoom, meer als een ondeelbaar geheel en als iets van een statement om dat ´en´ weg te laten. Ja, ik draai het om en denk zelfs aan de onengelse samentrekking DesignArt. Oké, gewaagd, maar we zijn in internationaal verband al zo vaak het braafste jongetje van de klas. Wordt in Nederland trouwens al op een strakke website correct gebruikt. www.designartnews.com Dan zijn we er toch?

Het statement van Timo de Rijk twee weken geleden zou dus niet moeten luiden: Designscholen moeten onmiddellijk hun taak als opleidingsinstituut weer serieus nemen en daarvoor een integere ontwerpopvatting ontwikkelen, die niet de maker, maar de mens centraal stelt.
Maar: Kunstacademies die zich in het Engels willen profileren als ontwerpersopleiding zouden dat moeten doen met het begrip DesignArt, een vakgebied dat zelfgestelde kwaliteitscriteria hanteert.

Dus mocht blijken na een test van de Consumentenbond dat de zelfzittende DesignArt stoelen van Lucas Maassen in een volle bus ijskoud blijven zitten en niet opstaan voor de bejaarde medemens, is dat wat mij betreft prima!

20130226 NRC.nl – Doen wat je leuk vindt, is hard werken

Rob Wijnberg geeft met ‘De Nieuwsfabriek’ argumenten voor journalistieke innovatie

Op vrijdag 15 februari stond in de boekenbijlage van net NRC-Handelsblad een recensie over het op de dag ervoor bij Bezige Bij verschenen boekje van Rob Wijnberg ‘De Nieuwsfabriek’. Dank NRC, ik had hier anders geen kennis van genomen, althans niet zo snel. Ik ben niet een van zijn 24.000 volgers op Twitter, ik had zijn interview in Adformatie van 23 november vorig jaar niet gezien en de kans dat ik zijn aanwezigheid in De Wereld Draait Door van 29 september 2011 had opgemerkt is nihil. Dat was namelijk enkele dagen voor het overlijden van Steven Jobs en ik was in die week toevallig druk bezig met een presentatie van een visie op de digitale media als gevolg van de komst van de tablet PC, ofwel iPad. Op de ochtend van mijn presentatie voor een volle zaal in onze Caballerofabriek in Den Haag kwam het nieuws van zijn dood. Dat vergeet je niet meer.

 ‘De Nieuwsfabriek’ Rob Wijnberg was van 2010 tot 2012 hoofdredacteur van nrc.next

‘De Nieuwsfabriek’ Rob Wijnberg was van 2010 tot 2012 hoofdredacteur van nrc.next

Ik heb als nieuwsconsument een lage omloopsnelheid. Vanzelfsprekend is er de volgende dag altijd wel iets top of mind maar ik ben van nature geen nieuwsjager. Hoewel mijn oom Ed een journalist was die na de fusie NRC en Handelsblad in 1970 chef van het Economiekatern was tot aan z´n pensioen, droeg mijn vader juist de overtuiging uit dat als iets in de krant staat het ´dus niet waar´ is. Ik begrijp nu pas van Wijnberg dat dit verklaard kan worden bij mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, want die zien door ervaring wijzer, achter elke nieuwsvoorziening al snel een geoliede propagandamachinerie.

Zo niet bij mij. Ik heb een sterke bewondering voor het soort product dat ´de krant´ is geworden. Zoals ik ook, om een vergelijking met andere branches te maken `de auto` of ´het vliegtuig´ maar ook ´de fiets´ bewonder om wat we op dat gebied ´met z´n allen´ hebben gepresteerd. Allemaal vervolg op de spreekwoordelijke uitvinding van het wiel. Dat wiel zouden we niet telkens opnieuw moeten willen uitvinden. Nou, ik dacht het wel!

Doorgedacht op de uitvinding van het wiel en dat toen opnieuw uitgevonden

Doorgedacht op de uitvinding van het wiel. En dat telkens weer opnieuw uitgevonden.

Waarom? Is er behoefte aan zulke uitvindingen? In deze voorbeelden is dat wel gebleken. Maar ik denk dat stappen naar vernieuwing doorgaans gezet worden gewoon omdat het leuk is om te doen. Omdat het kan, of omdat iemand denkt dat het béter kan. Omdat de tijd er rijp voor is. Door commerciële noodzaak of zelfs door toeval.

Vooruitgang wordt verklaard in het fascinerende boek van technofilosoof Kevin Kelly in de Nederlandse vertaling ‘De wil van Technologie’. Hij beschrijft innovatie als een onvermijdelijke natuurwet te beginnen bij de oerknal, om via Darwin die wat later slechts één hoofdstukje beslaat, via het heden de toekomst in te gaan. Waarin internet ook een plekje heeft, maar niet meer dan de asterisk van een voetnoot bij wijze van spreken. Hoe klein kan het zijn en wat staat ons dus nog te wachten?

Rob Wijnberg kijkt iets minder breed. Met zijn blik als journalist en filosoof is de komst van internet één van de drie grote maatschappelijk relevante veranderingen van de 20ste eeuw. Daar ben ik het mee eens.
Wijnberg blijkt al tien jaar professioneel journalist te zijn terwijl hij pas 30 jaar oud, aan het begin van een carrière staat – zou je normaal gesproken zeggen – maar toch zeker geen beginner is. Later dit jaar zal ik zelf precies 2x zo oud zijn als hij is, aan het eind van een carrière zou je normaal gesproken zeggen, maar – mark my words en read my lips – nog lang geen beëindiger.
We delen een fascinatie en urgentie voor de systeemcrisis die internet aan het veroorzaken is. We delen een tamelijk nuchtere kijk op de werkelijkheid, de wil om áchter de feiten te zoeken en geïnteresseerd in de noodzaak en het belang van lange-termijnoplossingen.
Hij blijkt iemand van énerzijds de vinger op de zere plek, maar ook van ánderzijds, met begrip voor de praktijk.
Waar hij als journalist aan de ambachtelijke en inhoudelijke kant van het krantenbedrijf staat, sta ik met mijn ervaring en bedrijf aan de ambachtelijke kant van internet als drager van content en gebruiksgemak. Op zoek naar vernieuwing en kennis en op zoek naar de manier om die kennis effectief in te zetten en als dienstverlener te kunnen verkopen aan klanten.

Op dat kruispunt ben ik enthousiast over het pamflet dat Wijnberg heeft geschreven. Een dun boekje dat je op zaterdagavond kwart voor zes bij Selexyz/DeSlegte voor 15 Euro koopt, om de volgende dag als op zondag om 12.00uur de winkel weer open gaat, nog een stapeltje extra te gaan halen om aan collega’s uit te delen. Je hebt het dan al uit en begrepen, makkelijk! Doe ook zoiets, dat verdient die man die naar ik begrijp in september z’n baan is kwijtgeraakt bij nrc.next.

Niet omdat Rob Wijnberg de antwoorden heeft. Hij geeft wel antwoorden maar die zijn maar voor de helft de goede oplossingen.
Nee, het gaat mij om zijn ‘vinger-op-de-zere-plek’ en om zijn ‘ervaring-van-binnenuit’ als hoofdredacteur van nrc.next.
Hoewel het concern een goede zet deed met het uitbrengen van nrc.next, behoor ik niet tot de doelgroep. Die krant is een bijdrage aan de strategie om te overleven. Want het is om de drommel niet makkelijk om kampioen te blijven. Kampioen wórden is een stuk eenvoudiger. Heeft Cruijff zoiets ooit gezegd? Ik kan het zo snel niet vinden, maar het is tegeltjeswijsheid voor elke directiekamer waar over de lange termijn wordt nagedacht. Rob Wijnberg mag nu zelf de nieuwe kampioen gaan worden en hoeft zich niet meer te bekommeren over teruglopende oplages, salarissen van journalisten, concurrentie van andere media en al die andere zaken die de systeemcrisis veroorzaken voor de oude kampioenen van dode bomen.

De nieuwsfabriek is een lezenswaardig pamflet, het ijzererts van de industriële revolutie. Nog niet geschikt om er een stevige brug mee te bouwen, daarvoor moeten de antwoorden verder bewerkt, omgesmolten en de slakken verwijderd worden. Maar de visie, het enthousiasme en de ervaring zijn wel degelijk de grondstof die essentieel is voor veranderingen in de systeemcrisis. Op vrijwel elke pagina tref je waarheden aan, maar zie je ook de hiaten in het klinknagelwerk. Mijn invalshoek is daarbij niet Plato die Wijnberg aanhaalt met een visie op een betere wereld, maar de meer down-to-earth benadering van Aristoteles: Hoe zit de wereld in elkaar en wat moeten we doen om het hier dus zo prettig en leefbaar, en überhaupt mogelijk te maken?

Aristoteles 384 v.C. - 322 v.C. heeft gezegd: 'Plato heb ik lief, maar de waarheid heb ik liever'

Aristoteles schijnt zelfs gezegd te hebben ‘Plato heb ik lief, maar de waarheid heb ik liever’

Precies die hoe-zit-de-wereld-in-elkaar-benadering is wat mij als communicatietechneut interesseert. Welke middelen en mechanismen werkten altijd al, welke niet meer en welke nieuwe zouden we er nog bij kunnen verzinnen?
Natuurlijk met antwoorden gebaseerd op het gebruik en de mogelijkheden van internet, maar ook op de manier waarop mensen in elkaar zitten en reageren. Indertijd hebben ik en mijn medewerkers nagedacht over de online versie van de gratis krant DAG en daar vorm aan techniek gegeven. Als gratis krant niet overeind gebleven, als gratis website langer. (zie Kruit.nl)

Zo verdoem ik bijvoorbeeld niet het doelgroepdenken zoals Wijnberg doet, en evenmin de reclame. Reclame is ook leuk en is ook inhoud. De reclameloze oostblokbenadering van vóór de val van de muur was iets merkwaardigs, niet alleen maatschappelijk niet vol te houden maar ook reuze saai, viel me in de tachtiger jaren in Oost Berlijn op.

Propagandamachinerie op de grens tussen Oost en West Berlijn

Propagandamachinerie op de grens tussen Oost en West Berlijn

Picadilly Circus, Londen 1963

Picadilly Circus, Londen 1963

In mijn ogen is het bannen van reclame de verkeerde weg, een weg die gaat doodlopen. Een van de bijzondere facetten van een kwaliteitskrant is geloofwaardigheid ondanks de eveneens aanwezige reclame. De manier waarop de afdelingen redactie en advertentie, zowel gescheiden in de krant maar ook fysiek op verschillende verdiepingen lees ik nu bij Wijnberg, naast elkaar werken en een gezamenlijk geloofwaardig platform delen is een verworvenheid die het verdient om bewaakt worden. Elke krant heeft er moeite mee en ziet in de systeemdruk de noodzaak om nieuwe concepten te proberen. Soms grensvervagende concepten die bijgestuurd moeten worden.

Toevallig maakt NRC ombudsman Sjoerd de Jong gisteren melding van zo’n probeersel dat sommigen over-de-grens vinden. Het ging om het Weekend-katern ‘Slimmer zoeken op internet’ vorige week, dat een gesponsorde bijlage bleek, maar in de vormgeving niet van het werk van de redactie was te onderscheiden. Kijk, dan gaat het fout, maar is simpel bij te sturen in de vormgeving en niet om te verketteren. Ik had het zelf ook niet in de gaten. De bijlage zelf was prima en die had ik (als consument, als professional ontdekte ik geen nieuws) niet graag gemist. Wie zegt dat ‘commerciële journalistiek’ per definitie slechter is? Dat is niet zo, maar een basisregel is wel dat je weet wie er tot je spreekt.

Een andere, in mijn ogen belangrijke systeemnuance die ik met Wijnberg zou willen bespreken is het onderscheid tussen Nieuws en Journalistiek dat hij niet lijkt te maken. Hij maakt zich druk over wat nieuws is. Logisch, als je daar al tien jaar in je werk mee te maken hebt gehad en er zelfs twee jaar in laatste instantie als hoofdredacteur voor verantwoordelijk bent geweest. En uiteindelijk op afgeserveerd bent. Hij geeft veel illustratieve voorbeelden en stelt vast dat concurrenten elkaar najagen. Dat kranten niet alleen achter het nieuws maar vooral achter elkaar aan hollen is ongetwijfeld waar.

Maar bij het bepalen van wat ‘nieuws’ is verzand je volgens mij al snel in een metabegrip waarover je oeverloos kunt filosoferen en waarop je misschien zelfs wetenschap kan loslaten, door te turven hoe en hoeveel andere kranten bepaalde items tegelijk brengen, zoals Wijnberg vermeldt. Maar nieuws is niet iets objectiefs. Wat voor mij nieuws is hoeft voor een ander nog geen nieuws te zijn, al begrijp ik ook als burger best wat men in het algemeen onder ‘het nieuws’ verstaat en blijft het een sport om te voorspellen welke berichten uit de krant ook in het acht-uur journaal terecht komen.

‘Nieuws’ is net zoiets als ‘mooi’, waarvoor we de uitdrukking ‘smaken verschillen’ hebben bedacht die ons beschermt tegen verkeerde keuzes die we bereid zijn te accepteren, ja, zelfs gerechtvaardigd uit te dragen. ‘Mooi’ is in ieder geval geen objectief criterium voor het managen van communicatie. We maken het mooi als het mooi moet zijn, we maken het opvallend of onderscheidend of tegendraads als dat nodig is, of IKEA of juist Koninklijk of noem maar op, precies zoals we denken dat het voor een situatie passend is.

‘Terreur is een van de meest overschatte gevaren die de mens bedreigen. In de afgelopen jaar zijn er wereldwijd ruim 35.000 mensen omgekomen door terroristische aanslagen, van wie bijna een derde (11.000) in één land (Irak). Vergelijk dat eens met het aantal jaarlijkse doden door hoge bloeddruk (7,8 miljoen), sigaretten (5 miljoen), ondervoeding (3,8 miljoen) overgewicht (2,5 miljoen), alcohol (1,9 miljoen), medische missers (1,4 miljoen) of het verkeer (1,2 miljoen)’

De journalist Wijnberg heeft het uitgezocht en wijst met beschuldigende vinger naar pers en media: ‘Terreur is een van de meest overschatte gevaren die de mens bedreigen. In de afgelopen jaar zijn er wereldwijd ruim 35.000 mensen omgekomen door terroristische aanslagen, van wie bijna een derde (11.000) in één land (Irak). Vergelijk dat eens met het aantal jaarlijkse doden door hoge bloeddruk (7,8 miljoen), sigaretten (5 miljoen), ondervoeding (3,8 miljoen) overgewicht (2,5 miljoen), alcohol (1,9 miljoen), medische missers (1,4 miljoen) of het verkeer (1,2 miljoen)’  Wat mij betreft heeft hij gelijk.

‘Journalistiek’ is als begrip echter veel beter hanteerbaar, want je kan vaststellen aan welke kwaliteiten moet worden voldaan. Journalistiek van goede journalisten, slechte journalisten, foute journalisten, snelle journalisten, verkopende journalisten, het kan allemaal als het maar blijkt en duidelijk is. En dat is waar ook in de wereld na internet behoefte aan zal blijven bestaan. Journalisten en redacties zijn professionals die hun werk kunnen verkopen en zich een positie in de maatschappij kunnen verwerven omdat ze iets kunnen dat anderen niet zo goed kunnen. Zoals ik, die dit stukje op zondagmiddag een beetje als hobby in elkaar zit te knutselen – geen hond die er voor zou willen betalen – er niet aan moet denken om iedere dag weer de krant te moeten vullen. Het idee! En dus veel bewondering voor mensen en organisaties die dat wél kunnen. Die daarmee in een maatschappelijke behoefte voorzien en tegelijkertijd iets verkoopbaars maken waarvoor ik al meer dan 30 jaar bereid ben geweest om er een jaarabonnement op te nemen. Maar die kunst verstaan alleen de besten.

Want één van de aspecten van de systeemcrisis die internet heet, is dat verdienmodellen kunnen veranderen. Niet alleen uitgeverijen en media ondervinden dat maar ook elk bedrijf en organisatie die in contact met publiek staat heeft er last van of doet er z’n voordeel mee. Dat is dus vrijwel elke organisatie. Het blijkt dat technologie de voorwaarde voor nieuwe vormen van communicatie is geworden. Sociale media met Facebook voorop konden op die manier opstaan. Geen enkele inhoudelijke bemoeienis want uitgeven is daar gedemocratiseerd en heeft in deze vorm een totaal andere werking. Maar technische platforms als Facebook, Google, Twitter en YouTube zijn dominant in de ontwikkelingen en bepalen nu een flink deel van de koers waar eerst de journalist, de krant en later de media aan het stuur stonden.

Met dat geweld hebben de voormalige winnaars ineens ook te maken. Het enige dat ze in de strijd kunnen werpen zijn hun unieke journalisten die bij de gratie van de geloofwaardigheid van hun eigen platform en hun merk iets moeten maken dat mensen, burgers, consumenten menen nodig te hebben. Waarvoor ze altijd moesten betalen maar misschien wel bereid zijn om te dat blijven doen, als ze daarmee de geloofwaardigheid, de kwaliteit van het gebodene op een vertrouwd niveau krijgen. Als ze zich verzekerd weten van een dagelijkse dosis informatie, niet te weinig maar ook niet te veel, die aansluit op een behoefte. Niet met door techniek mogelijk gemaakte filtering als het resultaat van een zoekopdracht ‘geef mij al het nieuws van vandaag’ of ‘geef mij al het nieuws van vandaag dat ik leuk vind’ maar geleid door het vertrouwen dat het door een redactie aangeboden nieuws de mix is van bevestiging en verrassing, van actualiteit en achtergrond, van ernst en humor, van bijval en afkeuring, van noodzaak en verstrooiing, kortom van die eigenschappen die ik nu al dertig jaar als ‘meneer’ blijk te kopen: De professional-journalist-generated krant, bij gebrek aan wat modernere Nederlandse woorden.

Al meer dan 30 jaar abonnee. De krant van 21 november 1981

Al meer dan 30 jaar abonnee. De krant van 21 november 1981

Heel veel relevante onderwerpen die in De Nieuwsfabriek de revue passeren heb ik nog niet aangeraakt. Het is verleidelijk om te beloven daar op terug te komen. Ik ga het proberen maar ook mijn tijd is beperkt. Dus aan allen: Koop het boekje De Nieuwsfabriek voor slechts 15 Euro en denk zelf mee! (Of denkt iedereen nu in de lijn van het betoog, dat ik betaald word door de Bezige Bij?)

Succes Rob, met je nieuwe onderneming. Mijn idee: Probeer bij de start investeerders van je af te houden. Ook dat is systeemverandering mede mogelijk gemaakt door internet. Want investeerders ook als dat crowd funders zijn, trekken een keer de stekker eruit en dat zit je! Nergens voor nodig. Gewoon iets onweerstaanbaars maken en klein beginnen net als Mark Zuckerberg. Al was hij toen de programmeur en dat is toch een verschil.
Voor de ‘nieuwe krant’ draait het weliswaar opnieuw om content en lezers, maar de winnaar, de partij die net als nu journalisten kan gaan betalen voor hun kwaliteit komt naar mijn voorspelling met een brede oplossing gebaseerd op techniek. Vergeet niet, het krantenbedrijf is ook gebouwd op techniek die inderdaad oogt als een fabriek. Het gevolg: de bezorging van de krant thuis zou wel eens de laatste dagelijkse luxe aan de voordeur kunnen zijn nadat de groenteboer, de melkboer en de bakker, de kruidenier en de schillenboer daar ons al jaren geleden ontvielen.
Maar als we er iets beters voor terugkrijgen mag het innovatie heten. En dan bedoel ik niet de pizza-koerier.

vervolg op deze post 4 maart 2013

‘Levensgevaarlijk design’ en ‘onveilig kunstwerk’ zijn taalkwesties

NRC Handelsblad di. 12 feb. 2013, Opinie, pag 17

NRC Handelsblad di. 12 feb. 2013, Opinie, pag 17

20130212 NRC.nl – Deze design-mijnenveger is levensgevaarlijk

Wat ben ik het met deze stellingname van Timo de Rijk eens. Zijn kritiek met als mikpunt de design-mijnenveger van een onlangs afgestudeerde student van de Design Academy in Eindhoven richt zich ook op de ‘eertijds zo verfrissende, maar inmiddels kritiekloze aanpak van Dutch Design’ en is daarmee een pleidooi voor ontwerpkwaliteit in het algemeen. Toch zag ik zijn conclusie niet aankomen: ‘Designscholen moeten onmiddellijk hun taak als opleidingsinstituut weer serieus nemen en daarvoor een integere ontwerpopvatting ontwikkelen, die niet de maker, maar de mens centraal stelt.’

Zelf in ontwerpen en in communicatie, vraag ik me af of het inderdaad zo zit. Of dat er een manier is waarop je ook anders naar dit falen kan kijken, dat door anderen met recht als een groot succes wordt ervaren. Zo’n manier is er volgens mij. Het is de taal waar industrieel ontwerpers en ingenieurs bij de duiding van hun vakgebied het mee moeten doen. Timo de Rijk legt nu zijn vinger op deze plek. En ik kan ook een ander voorbeeld aanwijzen.

Bij de design-mijnenveger komt het er naar mijn idee er op neer dat het Engelse woord ‘design’ dat in die taal zowel een werkwoord als een zelfstandig naamwoord kan zijn, voor sommigen het antwoord op een probleem betekent. Maar in het Nederlands is dit woord al decennia aan het opschuiven naar ‘kunst’ of nog specifieker ‘interieurkunst’.  Het resultaat van ‘to design’ is allang niet meer een product dat goed zou scoren in een test van de Consumentenbond. Akkoord, het uiterlijk speelt bij de Bond nul komma nul, maar alle andere aspecten wel. ‘Design’ is als zelfstandig naamwoord verschoven van de kern naar de oppervlakte. De designer is daarvoor zwartbebrild verantwoordelijk.

Massoud Hassan - Mine Kafon (“Landmijn Explosie" in het Afghaans)

Massoud Hassan – Mine Kafon (“Landmijn Explosie” in het Afghaans)

Te zien in Museum of Modern Art in New York, het Art-Paris in Grand Palais, en op andere kunstbestemmingen

Te zien in Museum of Modern Art in New York, het Art-Paris in Grand Palais, en op andere kunstbestemmingen. Niet slecht voor een pas afgestudeerde aan een Nederlands instituut.

Want een designer-object (vul-maar-in) is duur en werkt niet goed. Maar ziet er prachtig uit en vindt z’n weg naar het museum. Dat hebben we met z’n allen in Nederland en kennelijk ook in de rest van de wereld zo afgesproken en daar zijn de designopleidingen binnen kunstacademies dus op gericht. Het woord design verwijst naar een kunstobject dat een probleem aan de orde stelt en dat fraai staat in een interieur. Niet noodzakelijk om te gebruiken maar in ieder geval symbolisch, om te bekijken en om over na te denken.
Eigenlijk precies zoals Rembrandt en Vermeer in de 17e eeuw functioneerden. Zij leverden en signeerden statussymbolen voor in het interieur en om naar te kijken. Praktische zaken als belegering en oorlogsvoering waren in die tijd het werk van stadsbouwers en anonieme ingenieurs van de genie.

Werk van ingenieurs in de 17e eeuw. Deze vormgeving doet toevallig of niet, sterk denken aan een mine kafon.

Ontwerpen tegen de oorlogsvoering in de 17e eeuw. Deze vormgeving – noem het toeval – doet sterk denken aan de mine kafon.

MineWolf Mine-Clearance Machine - Army Technology

MineWolf Mine-Clearance Machine – Army Technology

En dat geldt nog steeds. Denk bij een design-mijnenveger dus niet aan oorlog want zo’n ding is bedoeld om aan de muur te hangen. En elk ander gebruik is levensgevaarlijk, daarin heeft Timo beslist gelijk. En nu je er over fantaseert lijkt het steeds dubieuzer te worden! Erover fantaseren, dát is de bedoeling van kunst!
Op het blog ArticlesFromParis.com lees je hoe dat in dit voorbeeld ging: “For his finals, he studied the wind and the strength of wings in combination with toys. His teacher asked him to make something personal and distinctive with his ideas. Massoud recalled the mines of his childhood and thought about how he could save lives.”

Het andere voorbeeld waarin ingenieurs te maken hebben met een soortgelijke begripsverschuiving. Maar deze keer schuift het de andere kant op. Onder hun handen ontstaan in het landschap evengoed ‘kunstwerken’ die echter nooit in een museum terecht gaan komen. Weliswaar utilitair, naar niettemin.

De kunstwerken Tomatuva en Paddestoel in het knooppunt Eemnes van de A1/A27

De kunstwerken Tomatuva en Paddestoel in het knooppunt Eemnes van de A1/A27

Ter illustratie uit het vakblad Cement van mei 2008 een artikel over twee kunstwerken Tomatuva en Paddestoel – je hoort al dat het echt om kunst gaat – gelegen in het knooppunt Eemnes van de A1/A27. Die zouden nog net niet levensgevaarlijk, maar toch zeker niet geschikt voor de huidige verkeersbelastingen meer zijn volgens ROBK, versie 5. Ons land is er mee volgestouwd. Niet om erover te fantaseren maar om erover te rijden. Een knappe jongen die beweert dat dergelijke objecten niet kunstig of kunstzinnig zouden mogen zijn. Architect Ben van Berkel heeft er z’n tanden in gezet en in 1992 voor Rotterdam zowaar een icoon geschapen!

7 erasmusbrug ov chipkaart

Vervolg op deze post op 26 februari 2013