Archief voor July, 2011

Grappig verkeersbord

Nog een ander leuk detail wat mij opviel in de straten van Italië, waren de ” verboden in te rijden” borden. Niet zomaar één keer, nee,  bijna elk ” verboden in te rijden” bord was zo afgebeeld. Op internet kwam ik deze foto tegen waarop nog meer grappige soortgelijke borden te zien zijn, die blijkbaar ook in de straten van Florence te aanschouwen zijn. Ik heb ze echter niet gezien. Als iemand het achterliggende verhaal achter deze borden weet, voor zover die er überhaupt is,  hoor ik het graag! Het geeft in ieder geval een komisch effect.

.

Hoes

De leukste opdracht die je je als student grafische vormgeving kon wensen was het ontwerpen van een platenhoes. Toen toch wel. Maar meestal was het iets anders. Letters natekenen of zo. Dit fenomeen heeft ook een geestelijk vader gekend. Alex Steinweiss. In 1938 heeft hij de eerste geïllustreerde platenhoes ontworpen. Tot die tijd werden de platen in eenvoudige bruine of zwarte hoezen gestoken. Met een gat in het midden waardoor je het label kon zien. Vanaf die tijd werd alles anders. Sommige hoezen werden net zo iconisch als de muziek die op de bijbehorende plaat stond. Misschien is dat nog steeds wel zo. Dat de covers in de iTunes-store van een oneindige schoonheid zijn. Maar je weet het niet, want groter dan een postzegel worden ze tegenwoordig niet. Het monumentale is er zo wel een beetje af. Alex Steinweiss is op 18 juli jl. overleden. En nu is Johnny Hoes ook al overleden. Dat kan geen toeval zijn.

Covers van de meester kun je vinden op zijn website.

Toch hoeven we niet te wanhopen, want de moderne platenhoes heet tegenwoordig app.

Björk heeft met de app ‘Biophilia’ een soort multiversum gecreëerd waarmee je geleidelijk aan toegang krijgt tot alle songs. Muziek als een gesamtkunstwerk en totalerlebnis. Muziek, animatie, karaoke, essays. Alles komt samen in dit muziekalbum. Als je nog zo kunt noemen.
De app is gratis te downloaden voor iPad of iPhone. Songs kun je on the way kopen. Een soort catalogus dus. Hieronder de intro door David Attenborough.

En bij deze app hoort dan toch weer een album (Crystalline) met cd- of iTunes-’hoes’. Ontworpen en gefotografeerd door het sterrenteam M/M Paris en Inez van Lamsweerde-Vinoodh Matadin.

In 1938 bleek de creatieve impuls van Alex Steinweiss ook een commerciële te zijn. En volgens mij kunnen we dit nu ook bij Björk verwachten.

Kunst op de straatstenen

Ik ben net terug van een hele fijne vakantie in Italië, waar het mij, tijdens een warme drukke en mooie wandeling door Florence, op viel dat zelfs de straatstenen van hoogwaardige kunst worden voorzien. Erg mooi en knap dat deze mensen dit zo doen en kunnen. Een soort legale graffiti eigenlijk.

Misschien een inspiratie om jouw straatstenen in je buurt wat op te vrolijken met echte kunst? Wel hopen dat de regen  dan uit blijft, want anders zijn al je inspanningen zo weg gespoeld. Maar vergeet vooral niet, wanneer je de straatartiest in jezelf hebt gevonden, er een mooie foto van te maken en hier op het blog te posten!

Klik op de afbeelding voor vergroting

 

Afkicken

Terwijl een groot deel van mensheid nog geen idee heeft wat Twitter is, moet een ander deel al serieus maatregelen nemen om er van af te komen. Voor die laatste groep is er hulp. ‘How To Leave Twitter: My Time as Queen of the Universe (And Why This Must Stop)’ van Grace Dent. Columnist van The Guardian en zelf verklaard Twitter addict.

Hier een interview met haar.

Voor een preview kun je terecht bij de Guardian.

Beter goed gejat dan slecht verzonnen

Chinese bedrijven staan erom bekend dat ze westerse merken imiteren. Daarbij draait het niet om het fabriceren van een exacte kopie van een product, maar om het maken van een object dat van een afstand lijkt op het westerse origineel. Op deze manier wordt het “ik hoor erbij” effect met relatief weinig geld bereikt en iedereen lijkt tevreden.

De westerse merken kunnen ook niet zo veel doen aan al die kleine Chinese bedrijfjes die ergens op het Chinese platteland hun waar proberen te verkopen, aangezien het teveel geld kost om ze aan te klagen. “Lekker laten gaan” is het devies en soms kunnen wij in de westerse wereld van een afstand genieten van de humor van al die wildgroei van namaakproducten. Op de gadgetblog Engadget zijn er laatst foto’s geplaatst van een heuse nep-Apple Store. Of “Apple Stoer” voor de Chinezen.

Google-a-day!

Er gaat werkelijk geen dag voorbij dat ik niet op een zoekmachine iets aan het doen ben. Daarom is deze werkelijk geniaal. Elke dag een nieuwe puzzel van Google die via Google ook op te lossen valt.

Elke dag een nieuwe puzzel met een nieuw antwoord!

Responsive web design

Voor mensen die websites maken is de term: ‘responsive web design‘ hopelijk niet nieuw. Voor de mensen die geen websites maken of voor de webbouwers die zich nu achter de oren krabben, volgt hier een korte uitleg. Ik zal me onthouden van technische details, over het how-to deel is natuurlijk via Google ondertussen van alles online te vinden.

Responsive web design is een andere manier van ontwerpen en realiseren voor het web. Het gaat uit van de gedachte (maar ook van de praktijk) dat de middelen waarmee mensen het internet consumeren heel snel aan het veranderen zijn. Zo worden niet alleen de computerschermen steeds groter in formaat en resolutie, wordt er ook steeds meer mobiel gebrowsed en komen er meer verschillende soorten producten op de markt waarmee men het web op kan.

Responsive web design haakt hier op in door middel van een aantal (niet eens zo ingewikkelde) toevoegingen aan de code van de website. Deze toevoegingen laten een site zich aanpassen aan bijvoorbeeld de resolutie van het scherm waarmee een bezoeker kijkt. Of de bezoeker via een PC of een mobiel apparaat kijkt is een andere factor die meegenomen kan worden.

Meeschaalende websites zijn niet nieuw natuurlijk, maar responsive web design gaat verder dan alleen dat. Het maakt het mogelijk om heel specifiek een aangepast ontwerp van dezelfde site te tonen als een gebruiker met een bepaalde resolutie kijkt. Bezoekt een gebruiker de site vanaf zijn iPhone dan kan de structuur, het ontwerp en misschien zelfs de content daarop aangepast worden. Grote foto’s bij nieuwsberichten zijn voor een mobiele bezoeker niet zo handig bijvoorbeeld en kunnen weggelaten worden terwijl bepaalde buttons misschien juist wat groter gemaakt kunnen worden zodat ze gemakkelijker via het touchscreen te gebruiken zijn. Zo kan heel specifiek de gebruikerservaring per resolutie en apparaat worden geoptimaliseerd, zonder dat er verschillende websites gebouwd moeten worden. Het betekend natuurlijk wel dat er (nog) beter over de site en haar verschillende verschijningsvormen moet worden nagedacht en dat deze vormen gebouwd en getest moeten worden.

Deze, bijna organische, vorm van ontwerpen en bouwen voor het internet vind ik erg interessant en ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat deze vorm mainstream wordt. Aan de andere kant gaan de ontwikkelingen op het gebied van webdesign en ontwikkelen ook razend snel, dus misschien dat ik binnenkort alweer over een nieuwe vorm kan schrijven.

Voor de mensen die zich nog wat verder willen verdiepen in de materie kan ik de volgende links aanbevelen:
http://www.alistapart.com/articles/responsive-web-design
Hét artikel van Ethan Marcotte waarmee het allemaal begon.

http://www.abookapart.com/products/responsive-web-design
Het onlangs verschenen boek van dezelfde auteur (overigens een leuke en informatieve boekenreeks).

Handlijding

Mijn moedertje is onlangs wat kleiner gaan wonen. En daar hoorde een nieuwe kledingkast bij. Zo eentje die je zelf in elkaar moet zetten. 5 grote dozen van aanzienlijk gewicht, 13 planken, 6 metalen profielen en 286 fournituren, bestaande uit 11 verschillende typen schroeven, exotische pluggen en andere bijzondere onderdelen en 3 handleidingen waarvan 1 in 3 talen en 2 identieke zonder tekstuele aanwijzingen. De fournituren zitten in 6 verschillende zakjes. Al deze objecten hebben namen als LA1712 of N251. Op pagina 1 van de 3-talige handleiding staan afbeeldingen van wat je nog meer nodig hebt om de klus te klaren. Ik moest even goed kijken. 2 mannen – ik dacht even dat het hier om een tweepersoonskast ging – geen oud vrouwtje. Een schroevendraaier met recht bitje, een schroevendraaier met kruiskop, een priem, een hamer, een meetlint, een schaar en een waterpas. En een grote kom om alle fournituren in te doen. En de nuttige tip om vooral de tijd te nemen. Alsof het met minder zou kunnen.

Oerol voor beginners

Ik ben een fervent festivalganger en al jaren wil ik naar Oerol, maar tot nu was ik altijd bezig met beoordelingen op de kunstacademie rond die tijd. Maar nu was mijn kans!

Nu had ik mezelf niet heel erg verdiept nog in het festival (ik ben van het type ‘ik zie het blokkenschema wel bij aanvang’), maar hier kwam snel verandering in. Het programma is na te lezen in een boekwerk van 200+ pagina’s (de gemiddelde theatercatalogus is er niets bij). Niks geen blokkenschema, handige uitklapprogramma’s of aanraders vanuit de organisatie. Neen, je krijgt in de dagkrant pas een blokkenschema, tips (die dan helaas al zijn uitverkocht) en wat uitgelichte bands. Verder was het niet een pakketprijs voor je festivalkaartje. Je koopt een ‘paspoort’, vervolgens moet je apart kaarten betalen voor voorstellingen. En of dat zoekwerk nog niet genoeg is, er was horeca-programmering en Westerkeyn programmering en niet te vergeten aparte paspoortprogrammering. Ik was totaal in de war de eerste 2 dagen. Hoezo keuzestress. Ten slotte was planning ook erg belangrijk: van west-Terschelling naar oost-Terschelling is toch nog zeker een uur fietsen.

Tips voor de First-Timers
Terwijl het, naar mijn idee, zoveel beter kan. Om even een vergelijking te maken, het Internationaal Filmfestival Rotterdam kampt met dezelfde drempel wat betreft eerste-keer-bezoekers en het overweldigende aanbod aan films. In de programmakrant (mét handig blokkenschema) staan al uitgebreide artikels over de meest bekende films voor de light-bezoeker. Voor de medium-bezoeker zijn de handige korte samenvattingen die aan de zijkant van iedere pagina staan voldoende om een selectie te maken. Daarnaast hebben ze bij het IFFR bepaalde thema’s die bepaalde onderwerpen of regisseurs aandacht geven. Ideaal. Je hoeft niet te veel moeite te doen om te weten waar je naartoe moet gaan. En als je graag verrast wilt worden koop je kaarten uit een programma wat je aanspreekt.

Oerol Volkskrantdag!
Maar wat Oerol echt mist, is een Volkskrantdag. De Volkskrantdag bij het IFFR is een dag waarbij Volkskrantlezers in 1 dag 5 films zien. Ze kunnen een bepaalde route kiezen en worden zo de meest populaire voorstellingen voorgeschoteld op de laatste dag van het festival. Ik zou er geld voor over hebben, als ik op het laatste weekend van Oerol voor een vast bedrag 5 a 6 voorstellingen zou kunnen zien met boottickets/fietshuur al geboekt. Door keuzestress, storm, geen zin om het uit te zoeken en al die uitverkochte voorstellingen heb ik nu geen theater gezien. Niet erg, het was leuk, maar ik mis een kleine handleiding voor de eerste-keer-bezoeker.
Nieuwe doelgroepen worden zo op een leuke manier geïntroduceerd met Oerol. Met de huidige dreiging van het subsidie-tekort kan het nog een goede winstgever zijn ook!

Up There

Deze circuleert al een tijdje rond op allerlei blogs, maar hij blijft gewoon zo mooi. Ik weet het ook zeker; als ik niet het werk zou doen wat ik nu doe, en het was ongeveer 1920 dan zou ik ook ‘up there’ zijn, ergens in New York. Je zou er bijna een goed doel voor starten, keep the sign painters in New York alive!